Autorijden wordt duurder. De brandstofsoort is niet langer de hoofdvraag
- 4 mei
- 2 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 13 mei
De discussie over benzine, diesel, hybride of elektrisch rijden wordt vaak te simpel gevoerd. Voor ondernemers telt niet alleen wat een auto verbruikt, maar vooral wat hij per maand en per kilometer kost.

Niet één kostenpost bepaalt de autokosten, maar de optelsom van aanschaf, afschrijving, onderhoud, verzekering, motorrijtuigenbelasting, energie, financiering en restwaarde. Daarbij verandert vooral de rekensom voor elektrische en hybride auto’s. Sinds 1 januari 2026 betalen eigenaren van volledig elektrische personenauto’s 70 procent van het normale tarief motorrijtuigenbelasting. Voor plug-in hybrides met een CO2-uitstoot van 1 tot en met 50 gram per kilometer geldt inmiddels het volledige tarief. Tegelijk groeit het aantal auto’s met een elektromotor hard. Begin 2026 reden er in Nederland ruim 2 miljoen volledig elektrische, hybride en plug-in hybride personenauto’s. Dat is meer dan één op de vijf personenauto’s.
Hoe verandert de rekensom?
Elektrisch rijden blijft in veel gevallen interessant, maar het voordeel is minder vanzelfsprekend dan enkele jaren geleden. De fiscale korting wordt kleiner, de motorrijtuigenbelasting telt zwaarder mee en de laadkosten verschillen sterk per situatie.
Daarbij is thuisladen een belangrijke factor. Uit het Nationaal Laadonderzoek 2025 blijkt dat 61 procent van alle geladen kilometers thuis wordt geladen. Veel thuisladers beschikken bovendien over zonnepanelen en laden vaker op momenten waarop stroom goedkoper of duurzamer is.
Dat maakt het verschil groot. Een ondernemer die thuis of op de zaak kan laden, rekent anders dan iemand die vooral afhankelijk is van publieke laadpalen of snelladers. Daardoor zegt de aandrijving alleen weinig. Het gebruik bepaalt de uitkomst.
Waarom is dit belangrijk?
Veel ondernemers kijken nog altijd naar de maandtermijn. Die is belangrijk, maar niet compleet. Een lage maandlast kan aantrekkelijk lijken, terwijl de totale kosten over vier of vijf jaar hoger uitvallen door afschrijving, belasting, onderhoud of een tegenvallende restwaarde.
Daarom wordt Total Cost of Ownership belangrijker. Niet de goedkoopste auto op papier is leidend, maar de auto waarvan gebruik, financiering, kosten en restwaarde logisch op elkaar aansluiten.
Voor ondernemers betekent dit dat de brandstofsoort niet het vertrekpunt moet zijn. De betere volgorde is: eerst het gebruik bepalen, daarna de kostenstructuur berekenen en pas daarna kiezen tussen benzine, diesel, hybride of elektrisch.
Avesta Mobility kijkt daarom niet alleen naar de maandlast, maar naar de totale financiële werking van mobiliteit. Juist nu fiscale regels, energieprijzen en restwaardes veranderen, wordt die bredere blik steeds belangrijker.






















Opmerkingen